De geschiedenis van chocolade

Oorsprong van chocolade
Chocolade komt oorspronkelijk uit Centraal- en Zuid Amerika, waar de vroegere inwoners, de Maya’s en Azteken, chocolade als eersten dronken. Destijds was chocolade zo waardevol dat deze ook werd gebruikt als betaalmiddel.
Voor de chocoladedrank werden de bonen gekookt met water, peper en vanille toegevoegd. Deze kruidige, bittere drank op basis van cacaobonen werd gezien als een drank die wijsheid en kennis gaf. De drank werd Xocoatl genoemd.

Chocolade in Europa 
Aan het begin van de zestiende eeuw werd door de Spaanse ontdekkingsreiziger Hernán Cortés chocolade geïntroduceerd in Europa. Door de onbekende bittere smaak van de bonen was men niet zo enthousiast, tot op een gegeven moment suiker toegevoegd werd. Het Spaanse hof was de gelukkige om als eerste de chocolade te drinken. Enige tijd later, in 1615, werd de chocoladedrank ook geïntroduceerd aan het Franse hof. Halverwege de zeventiende eeuw breidde de cacao en chocolade industrie zich snel over de rest van Europa uit. Het bleef echter een luxeproduct voor uitsluitend de hogere bevolkingsklasse van Europa. 

Van luxeproduct naar volksdrank
In de 18e eeuw werd gebruik gemaakt van een nieuwe methode waarbij het overtollige vet uit de chocolade werd geperst met behulp van de cacaopers. Door persing ontstond een droge plak cacao die vermalen werd tot poeder. Daaruit kon eenvoudig een cacaodrank bereid worden. 

Pas rond 1900, toen de prijs van cacao voldoende was gedaald, werd chocolade een volksdrank. Eerder in de 19e eeuw is chocolade in vaste vorm reeds aangetroffen in Engeland.