Voedsel voor de goden

Chocolade is oorspronkelijk afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. De Maya’s en Azteken bereidden het al als drank met peper en vanille en noemden het Xocoatl. Zij dachten dat de cacaoplant een geschenk van de goden was – de bonen waren zelfs zo kostbaar dat ze als betaalmiddel werden gebruikt.

Aan het begin van de 16e eeuw bracht de Spaanse veroveraar Hernán Cortés chocolade naar Europa – het bleef echter lange tijd een luxeproduct voor de rijken en machtigen.

Pas in de 18e eeuw werd een nieuwe procedure ontwikkeld om cacaopoeder snel en efficiënt te produceren. Rond 1900 was de prijs van cacao ver genoeg gedaald om deze ook voor de brede massa toegankelijk te maken: Chocolade veranderde van een luxe product in een volksdrank. De vaste chocolade zoals wij de nu kennen, werd voor het eerst in de vroege 19e eeuw in Engeland gemaakt.

Vandaag is chocolade in alle vormen overal verkrijgbaar, maar de wetenschappelijke naam van de cacaoboom herinnert nog altijd aan zijn kostbare herkomst: Theobroma cacao – het voedsel van de goden